Gemeentelijke beleidsmonitor

Elke twee jaar doen we onderzoek naar de leefbaarheid onder inwoners. De meting geeft een beeld van hoe inwoners de leefbaarheid, veiligheid en sociale kracht beleven. De meting is bedoeld om te kijken of het beleid werkt en of er aanpassingen nodig zijn.

Begin 2022 vond het meest recente onderzoek plaats, met een extra steekproef onder jongvolwassenen tussen de 18-29 jaar. Een greep uit de resultaten leest u hieronder. 

Het volledige rapport en een visuele weergave van de resultaten vindt u hieronder.

Resultaten 2022

Het woonplezier wordt met een 8,0 het beste beoordeeld, gevolgd door de woonomgeving met een 7,8 en de leefbaarheid met een 7,7. Vergeleken met 2020 is het oordeel niet veranderd.

Inwoners zijn positief uit over de kwaliteit van de woningen (7,5), de sfeer in de buurt (7,2) en de zorg van bewoners voor hun woning en tuin (7,0). 

Nagenoeg alle inwoners voelen zich verantwoordelijk voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt (93%). Zes op de tien inwoners hebben zich het afgelopen jaar ook daadwerkelijk hiervoor ingezet (58%). Drie op de tien inwoners willen dit ook in de toekomst (blijven) doen (31%) en nog eens de helft overweegt dit (52%). 

De staat van de openbare ruimte wordt over het algemeen positief beoordeeld. Men is het meest positief over het groen in de buurt (77% positief) en het minst positief over hoe schoon de buurt is (57%). Gemiddeld beoordelen inwoners het onderhoud van de openbare ruimte met een 6,9.

De algemene veiligheid is beoordeelt met een 7,2. Bijna gelijk aan de vorige meting. 

Over de verkeersveiligheid zijn inwoners wat minder te spreken. De helft va de inwoners geeft een 7 of hoger (52%) en een derde beoordeelt de verkeersveiligheid met een 5 of lager (33%). Acht op de tien inwoners voelen zich altijd of meestal veilig in hun buurt (79%). Dat is een daling ten opzichte van de meting in 2020 (89%). 

Drie op de tien inwoners zijn dit jaar slachtoffer geweest van één of meer delicten (30%), wat iets hoger is dan bij de vorige meting (27%). Beschadiging of vernieling aan de auto komt het meest voor (13%), gevolgd door fietsendiefstal (9%) en beschadiging of vernieling aan huis of tuin (8%). Vier op de tien inwoners maken gebruik van een buurtapp (40%) en nog eens 12% maakt hier geen gebruik van maar zou dat wel willen. Net als bij voorgaande metingen zijn te hard rijden (29%) en hondenpoep (21%) de twee belangrijkste problemen in de buurt.

Inwoners zijn over het algemeen positief over de voorzieningen. Men is het meest tevreden over de afstand tot winkels voor dagelijkse boodschappen, de afstand tot het basisonderwijs en de straatverlichting. 

Over voorzieningen voor jongeren zijn meer inwoners ontevreden (38%) dan tevreden (19%). Daarnaast is een kwart van de inwoners ontevreden over de afstand tot het openbaar vervoer (26%). 

Een meerderheid vindt dat Culemborg een fijne gemeente is voor kinderen om op te groeien (63%). De speelmogelijkheden voor kinderen van 4 tot 9 jaar worden het beste beoordeeld (6,9), gevolgd door de voorzieningen voor kinderen van 9 tot 14 jaar (6,5) en voor kinderen van 0 tot 4 jaar (6,4). De mogelijkheden voor kinderen van 14 tot 18 jaar om buiten te spelen/ ontmoeten krijgen een onvoldoende (5,4).

Inwoners ervaren de meeste last van de warmte in de zomer (26%), gevolgd door te weinig schaduwmogelijkheden in de openbare ruimte (19%) of droogte in de buurt (18%). Van wateroverlast en overstromingen ervaren inwoners de minste overlast (11%). 

De meeste inwoners (71%) hebben dubbel glas, gevolgd door kleine maatregelen zoals een brievenbusborstel, radiatorfolie en tochtstrips (56%), isolatie van de muren (49%) en van het dak (44%). Bijna vier op de tien inwoners hebben zonnepanelen en/of minder tegels in de tuin dan voorheen.

De score voor participatie is een 7,6. In vergelijking met 2020 hebben iets minder inwoners een betaalde baan. Vier op de tien inwoners hebben het afgelopen jaar (intensief of incidenteel) vrijwilligerswerk gedaan. Het aandeel inwoners dat vrijwilligerswerk doet neemt bij iedere meting iets af, van 47% in 2016 naar 41% in 2022. De helft van de inwoners wil in de toekomst wellicht vrijwilligerswerk (blijven) doen, waarvan 27% zeker en 24% misschien.

Inwoners kunnen zich over het algemeen goed zelf redden. Zelfredzaamheid scoort een 7,9. 

De meeste problemen ervaren inwoners met hun lichamelijke gezondheid. 32% ervaart enkele tot veel problemen. Daarna volgt de psychische gezondheid (19%) en het aangaan/onderhouden van contacten (18%). 

Bijna negen op de tien inwoners hebben regelmatig contacten buitenshuis. Dit is niet veranderd vergeleken met de vorige meting. Zeven tot acht op de tien inwoners hebben genoeg mensen om op terug te kunnen vallen (78%), voelen zich nauw verbonden met de mensen om hun heen (76%) en hebben veel mensen op wie ze volledig kunnen vertrouwen. De gemiddelde score voor financiële zelfredzaamheid is een 7,3. Dat is iets lager dan in 2020, toen was de score 7,5

Sociale samenhang scoort een 6,0. Dit is iets lager dan de voorgaande metingen. In 2020 was de score 6,2. De score varieert tussen de wijken. 

Inwoners voelen zich dit jaar meer betrokken bij buurtbewoners. Zo geven vier op de tien inwoners aan zich bij de meeste buurtbewoners betrokken te voelen. 

Daarnaast maken vier op de tien inwoners meerdere keren per week een praatje met iemand uit de buurt. Bijna één op de vijf inwoners heeft het afgelopen jaar samen met buurtbewoners iets georganiseerd. Bijna vier op de tien respondenten geven (intensief of incidenteel) mantelzorg aan een gezinslid of iemand anders in de familie, een kwart aan een vriend of vriendin en 14% aan een buurtbewoner. 

Bijna twee derde van de inwoners helpt de buren wel eens met bijvoorbeeld klussen of boodschappen doen. In 2020 was dat iets meer dan de helft. Ook hebben inwoners steeds meer aandacht voor buren in een zorgwekkende situatie.

Inwoners beoordelen onze inzet voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt gemiddeld met een 6,7. Dit is iets lager dan in 2020, toen was de score 6,9.

Inwoners zijn over alle stellingen die over het functioneren van de gemeente gaan, vaker positief dan negatief. Een opvallend groot aandeel laat zich echter neutraal hierover uit (38% tot 54%). 

Het meest te spreken zijn inwoners over de aandacht van de gemeente voor het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid (44%). Gevolgd door de mate waarin de gemeente een beroep doet op buurtbewoners voor een bijdrage aan de leefbaarheid en veiligheid (36%), de ruimte die burgers en organisaties krijgen om ideeën en initiatieven te realiseren (35%) en de ondersteuning door de gemeente van buurtinitiatieven voor de leefbaarheid en veiligheid (33%).