Oorspronkelijk was Culemborg een handelsdorp, gelegen op de stroomrug van het riviertje de Meer en de zuidelijke oeverwal van de Lek. Ten westen daarvan bouwde in de 12e eeuw de Heer van Beusichem een kasteeltje.
In 1318 ontvingen de poorters van de inmiddels versterkte nederzetting van hun Heer, Johan van Beusichem, stadsrechten waaronder tolvrijheid op de jaarmarkt en het asielrecht. Culemborg werd een Vrijstad. Dit wilde niet zeggen dat iedereen zich vrijelijk kon vestigen. De stad had een eigen rechtspraak. Wie iets op zijn kerfstok had, moest voor schout en schepenen verschijnen en ontliep zijn gerechte straf niet. Maar hij kreeg wel de kans zich te verdedigen. Zolang hij in Culemborg verbleef, werd zijn schuldeiser niet in de stad toegelaten. "Naar Culemborg gaan" betekende in Amsterdam dan ook failliet gaan. In latere tijden werden misdadigers aan de kaak gesteld. De in 2006 gerestaureerde kaak aan het stadhuis op de Markt is volgens de overlevering de plek waar personen in vroeger tijden ‘aan de kaak’ werden gesteld en voor straf enige tijd op de console voor het grote publiek te kijk stonden. Ook was er mogelijk sprake van een ‘drup’, een straf waarbij er con tinu een druppel water op het hoofd van de gestrafte persoon viel.
In de 14e eeuw kwam er een stadsmuur en –gracht om ongeregelde bendes en vijandelijke troepen buiten de stad te houden. Op verschillende plaatsen in de stad is de stadsmuur nog steeds zichtbaar.
Jan II, die zich Heer van Culemborg noemde, bouwde in de 14e eeuw een groot kasteel aan de oostzijde van het stadje. Later woonde Vrouwe Elisabeth daar tot zij stierf in 1555. Aan deze laatste telg van het geslacht van Culemborg heeft de stad veel te danken. Vrouwe Elisabeth stichtte het Elisabeth-gasthuis, een hofje met huizen voor oude mannen en vrouwen, en gaf opdracht tot de bouw van het stadhuis. Na de restauratie in 2005 is het stadhuis weer in volle glorie zichtbaar. Uit de erfenis van vrouwe Elisabeth werd het Elisabeth Weeshuis gebouwd. Bijna vierhonderd jaar lang deed het gebouw dienst als weeshuis. Nu zijn er een museum en bibliotheek gevestigd.
Van het kasteel waar Vrouwe Elisabeth woonde is nu alleen de kasteeltuin nog over. Franse troepen verwoestten het in 1672 grotendeels waarna het in de jaren na 1735 definitief werd gesloopt.
Er brak een lange tijd van Franse overheersing aan. Na die tijd, in het begin van de negentiende eeuw, ging de stad op in het Koninkrijk der Nederlanden. Het geslacht Oranje Nassau was het laatste in Culemborg regerende gravenhuis. Vandaar dat onze Koningin nog steeds de titel Gravin van Culemborg voert.
In de tweede helft van de 19e eeuw was de aanleg van de spoorlijn Utrecht-Den Bosch een belangrijke stimulans voor de industriële ontwikkeling van Culemborg. Met name de sigaren- en meubelindustrie kwamen in die tijd sterk op.
Ook in de laatste decennia is Culemborg sterk veranderd. De stad groeide enorm, maar de skyline is nog steeds dezelfde als in voorgaande eeuwen. Ook een aantal historische panden bestaat nog steeds zoals het Jan van Riebeeckhuis en het prieeltje in de tuin van het stadskantoor.


Print artikel
